BENJAMIN FELIKSDAL, 1940, begon op jonge leeftijd in Amsterdam met tapdans bij Iris Ray en Jack Bow, 1952-1954,
om vervolgens een acrobatiektraining te volgen bij Piet Caoutchouc, 1954-1955, vervolgens werd hij als danser klassiek/ modern opgeleid bij Florrie Rodrigo, Amsterdam, Conservatorium, Den Haag, en door prominente pedagogen zoals Lucas Hoving, Pieter van de Sloot en Ineke Sluiter, 1955 - `60. Als danser begon hij zijn danscarrière bij het Nederlands Ballet van Sonia Gaskell, 1960.

Daar waren zijn leraren de Rus Abdurachman Kumyshnikov en de Amerikaan Karel Shook. Na een nieuwe auditieronde voor het Nationaal Ballet in 1961 kon hij zijn ontwikkeling bij dit nieuwe gezelschap van Sonia Gaskell voortzetten, met als balletmeestersde Fransman Roland Casenave en Karel Shook. Inspirerende gastdocenten en choreografen, stimuleerden zijn danstechnische ontwikkeling als danser. Natalya Orlovskaya, Jelena Tsjikvaidze, Igor Belski, Kurt Jooss, Leonid Massine, David Lichine, Harald Lander, Béjart, Pearl Lang (eerste danseres bij de Graham company), en Rudi van Dantzig.

Geleidelijk ontwikkelde hij zich tot eerste solist bij het Nationale Ballet en het Koninklijk Ballet van Vlaanderen. Hij danste o.a. in het Zwanenmeer, Romeo en Julia, Four Temperaments, La Valse, Apollon Musagète, Graduation Ball, Suite en Blanc, Nachteiland, Disgenoten, Jungle, Monument voor een Gestorven Jongen, De Wonderbaarlijke Mandarijn, La Bayadere, The Green Table, Le Prisonnier de Caucase en Shirah. Hij verwierf met dit repertoire een reputatie van een talentvol en expressief danser. De invloed van de diverse repertoirestijlen van beide gezelschappen, klassiek, modern en experimenteel, verdiepte zijn interesse om in een later stadium zijn danspedagogisch werk op een soortgelijke wijze breed te ontwikkelen. Aan de basis van zijn jazzdansontwikkeling, waren de volgende jazzdansmasters zijn inspiratiebron: Luigi, Nat Horn., Matt Mattox, Ron Forella, Gus Giordano en Pepsi Bethel.

Zijn stijl van jazzdans kan het beste getypeerd worden als lyrisch, dynamisch gecontrasteerd met scherpe accenten en met een twist van modern-, klassiek, tapdans en authentieke jazzmovements. Een achtergrond van trainingen en instructies in verschillende technieken, het werken met uiteenlopende jazzdansdocenten, balletmeesters en choreografen in een twaalf jaar durende actieve danscarrière zijn als het ware met elkaar verbonden,jazzdans gebruikt dus basistechnieken en de fundamenten van moderne dans en de terminologie en bewegingsmotieven van alle dansvormen. Persoonlijke interpretatie van de verschillende technieken, adaptaties en ervaringen, geven een eigen karakter aan techniek en stijl, op de foto's zichtbaar gemaakt door een student van Feliksdal.

Een totale danser is een danser met een gedegen achtergrond, goed fysiek gevoel voor lijn, snelheid, placement, techniek en een levendige belangstelling voor hedendaagse dans.